Fokken

Rasstandaard

De Oorsprong

Noord-West Europees landras dat afstamt van de Bezoargeit aangepast aan de heersende omstandigheden en gefokt op constitutie en het nut voor de kleinschalige agrarische gemeenschap. De Nederlandse Land-geit komt veelvuldig voor op schilderijen uit de periode 1600 - 1750. Dit harde en sobere ras kwam vrij algemeen voor in Nederland tot aan het begin van 20e eeuw. Rond 1950 was de Nederlandse Landgeit bijna verdwenen als gevolg van het kruisen met buitenlandse melkgeitrassen en afgenomen interesse door de opkomst van de georganiseerde productiegerichte agrarische sector.

Het Type

Een krachtig, middelgroot, wat laag gesteld, licht overbouwd en geblokt landras dat zich kenmerkt door een korte, brede zwaar gehorende kop met opgewipte neus en een hoog voorhoofd. Kenmerkend is verder de lange ruige beharing, hoewel bij de geiten ook kort ruigharige dieren voorkomen.

Lichte fouten:
- iets gerekt type

Zware fouten:
- gerekt en/of hoogbenig
- sterk wigvormig
- ongehorend
- niet Landgeittype

De Bouw

Geblokt, middelzwaar en goed ontwikkeld met voldoende breedteontwikkling.

Lichte fouten:
- overontwikkeld

Zware fouten:
- onvoldoende ontwikkeling
- smal van bouw

De Kop

Algemeen:
De Nederlandse Landgeit kenmerkt zich door een levendige en alerte gehorende kop met sik waarbij de opgewipte neus overgaat in een holle neuslijn en een oplopend breed voorhoofd.

De Landgeit heeft een gemiddeld brede kop en kaken gecombineerd met grove jukbeenderen en smalle kaaktakken. De lengte/breedte verhouding van de kop is 1,5 : 1. De oogbogen boven de ogen zijn middelzwaar geprononceerd. De ogen zijn voldoende groot en sluiten goed aan op de oogleden. De oren zijn vlezig, stevig, niet te lang en licht naar voren staand.
De neusspiegel is breed en rond. De licht holle neuslijn, die loopt van vlak achter de neusspiegel tot tussen de ogen, gaat over in een hoog voorhoofd met voldoende breedte voor een middelzware tot zware horeninplant. De horens hebben een brede horenbasis en zijn voldoende zwaar en regelmatig gevormd. Bij de geiten zijn de horens licht naar achteren gebogen en zijdelings wegbuigend, licht naar achteren gebogen of ramsvormig. De bokken hebben zware liervormig gedraaide en ramsvormige-, of sabelvormige horens.

Lichte fouten:
- rechte neuslijn
- te lang en/of te smal van bouw

Zware fouten:
- bolle neuslijn
- lange dunne oren
- veel te lang en/of te smal van bouw
- ontbreken van een hoog voorhoofd
- afwijkende anatomie; varkensbek, snoekenbek

De Hals

De Nederlandse Landgeit heeft een redelijk bespierde hals die goed aansluit op de voorhand. De licht wigvormige, korte hals heeft een hals/kop verhouding van 1,5 : 1. De bokken hebben verhoudingsgewijs een kortere hals dan de geiten. De stand is licht opgericht. Klokjes zijn niet toegestaan.

Lichte fouten:
- dunne en/of wat lange hals
- niet gelijkmatige overgang van hals in schouder en/of kop

Zware fouten:
- te lange en/of dunne hals
- klokjes
- zeer matige inplant in schouder en/of kop
- afwijkende anatomie; zwanenhals

De Voorhand

De voorhand is ruim waarbij de borst normaal tot matig breed ontwikkeld is met een borstkashoogte/-breedte verhouding van 3 : 2. De schoft is zichtbaar goed ontwikkeld en voldoende breed. De licht steile schouders zijn normaal ontwikkeld en goed aangesloten. De verhouding schofthoogte/borstkashoogte is 2 : 1,1.

Lichte fouten:
- een te grove voorborst
- smalle voorborst
- boegig
- smalle schoft
- losse schouders

Zware fouten:
- de schouderbladen mogen niet boven de schoft uitsteken.

De Middenhand

De rug is vrij kort en voldoende breed. De lengte van de rug (halswervels tot staartwervels) is ten opzichte van de schofthoogte 1,1 : 1. De rug is bij jonge dieren en volwassen geiten iets overbouwd waarbij bij de kruishoogte ongeveer 1 cm hoger is dan de schofthoogte. De rug bij volwassen bokken is recht. De ribben zijn goed gewelfd en breed. De lendenen zijn breed en sterk. De buik is goed ontwikkeld en balkvormig tot licht wigvormig van vorm. De flanken zijn goed gevuld en gesloten. Oudere dieren kunnen licht ingevallen flanken laten zien.

Lichte fouten:
- iets lang, matig breed
- licht opgebogen, licht weke rug
- matig gewelfde ribben

Zware fouten:
- te lang en/of te smal
- te weke of te opgebogen rug (karperrug)
- platte ribben
- sterk wigvormig

De Achterhand

Het kruis is lang en breed. De lengte van het kruis is ongeveer een kwart van de ruglengte waarbij de heupen hoger liggen dan de zitbeenknobbels. De Nederlandse landgeit heeft een vrij sterk hellend kruis (26 graden). De bespiering van de achterhand is matig.

Lichte fouten:
- kort en/of vlak kruis
- ingevallen achterhand

Zware fouten:
- steil en/of smal kruis
- zwakke achterhand

De Benen

De Landgeit heeft vrij korte en sterke, droge benen. De stand is correct wanneer de onderarm, voorpijp en achterpijp loodrecht onder het lichaam staan. De koten maken een hoek van ongeveer 65 - 70 graden met de bodem. De gang is soepel.

Lichte fouten:
- fijn beenwerk
- licht koehakkig
- bokbenig
- lange koten
- licht frans

Zware fouten:
- zwaar koehakkig
- sabelbenig
- zwakke en/of weke koten
- frans en/of beervoetig
- toontredersstand

Het Uier

Het bolvormig uier is goed aangesloten en niet te groot waarbij rekening dient gehouden te worden met het lactatiestadium. De spenen zijn middelgroot en regelmatig van vorm. De huid van het uier is licht vlezig.

Lichte fouten:
- grote of te kleine spenen
- ongelijkvormige spenen
- onkant uier

Zware fouten:
- melktypisch uier
- gespleten uier

Het Mannelijk Geslachtsapparaat

De teelballen in het scrotum zijn voldoende ontwikkeld en van gelijke grootte.

Zware fouten:
- kleine ongelijke teelballen
- 1 teelbal
- sterk ontwikkelde spenen bij de balzak

De Beharing

De beharing is grof en dicht ingeplant. De geiten kunnen zowel ruig kortharig als ruig langharig zijn waarbij het haar bij de langharige geiten op rug en dijen sterk aanwezig is. De bokken hebben grof lang haar dat gelijkmatig over het gehele lichaam verdeeld. De beharing van de kop is stug, er is een sik en er bevindt zich een haartoef op het voorhoofd die vooral zichtbaar is bij de bokken. Zowel geiten als bokken kunnen neusbaarden hebben. Alle kleuren en aftekeningen zijn toegestaan met uitzondering van de
Toggenburgeraftekening. De Nederlandse Landgeit heeft in vergelijking met melkgeitenrassen een dikkere en stuggere huid.

Lichte fouten:
- soepele dunne huid
- onregelmatige verdeling van lang en kort haar

Zware fouten:
- Toggenburgeraftekening: masker, vier witte onderbenen en een spiegel
- glanzend glad haarkleed
- kort en fijn haar

Uitsluitingsfouten

- Toggenburgeraftekening; masker, vier witte onderbenen en een spiegel
- Anatomische afwijking: snoekenbek, varkensbek, niet afgedaald zijn van één of beide teelballen, klokjes
- Overschrijding van de maximale hoogtemaat
- Niet voldoen aan de minimale hoogtemaat
- Tweeslachtigheid

Schofthoogte:
Minimaal Maximaal

Anderhalfjarige geit 17 mnd 62 cm 69 cm
Meerjarige geit 64 cm 72 cm

Anderhalfjarige bok 17 mnd 70 cm 82 cm
Meerjarige bok 74 cm 89 cm

Vastgesteld op 18 april 2009 te Woudenberg