Verzorging

Ziektes

Belangrijkste ziektes

Omdat onze landgeiten over het algemeen op een andere wijze gehouden worden dan in de commerciële melkgeiten sector gewoon is is de ziekte problematiek ook verschillend. Melkgeiten worden grotendeels hun gehele leven binnen gehouden (uitzondering vormt de biologische melkgeiten houderij) en kennen dan ook geen maagdarmworm probleem.

Onderstaande teksten zijn niet ter vervanging van een dierenarts. Bij ziekten of andere afwijkingen is de dierenarts de eerst aangewezen persoon om te raadplegen.

a. Uitwendige parasieten
- Vliegen kunnen myasis veroorzaken als bij het schaap
- Teken
- Luizen. Bloedzuigend of bijtend. Schuren en jeuk. Neten te zien. Vooral in herfst en winter. Behandeling afhankelijk van het soort luis.
- Schurftmijten. Chorioptes: achterpoten, buik en flanken
Psoroptes: oren (dezelfde als bij konijn)
Sarcoptes: kop,buik, uier, poten. Veel jeuk. Diep
Demodex: kop, nek. Geen jeuk

b. Inwendige parasieten
- Protozoaire infecties. Cocidiose: diarree bij lammeren van 3 weken tot 5 maanden.
Soms bloederig. Oude dieren uitscheiders en dragers
Cryptosporidiosis: diarree bij lammeren va 3-4 dagen en kan tot
2 weken duren.
Deze beide infecties zijn het best te voorkomen door een goede
hygiëne. Dit betekent lammeren opvangen in schoon ligbed.

- Parasitaire infecties.
Rondwormen (nematoden). Lebmaag en dunne darm.
Infectieuze larven of eieren worden uit het gras opgenomen. (in hooi zijn ze niet meer besmettelijk)
Lintwormen. Komen wel eens voor. De grasmijt is de tussengastheer.
Leverbot. Bij geit niet zo vaak. Komt doordat geit anders gehouden wordt als schaap of rund.
Bij twijfel is een simpel mestonderzoek voldoende om de diagnose te stellen. Het aantal keren dat men preventief moet ontwormen is afhankelijk van de wijze waarop de dieren gehouden worden. Bij extensief weiden en veel omweiden is 2 maal per jaar voldoende. Bij intensief weiden eenmaal per 8 weken. Dus ontwormen moet op maat geschieden. Ook lammeren in een natuurterrein kunnen een worminfectie oplopen!

c. Overige maagdarminfecties
- Paratuberculosis, ziekte van Johne.
Dit is een chronische darmontsteking veroorzaakt door een bacterie. Besmetting vindt plaats al in de baarmoeder of anders via besmette biest of mest in de eerste levensweken (tot ongeveer 7 maanden). Pas een half jaar later of soms pas na enkele jaren vertoont het dier ziekte verschijnselen. Deze bestaan uit sterk vermageren ondanks aanvankelijk normaal eten. Uiteindelijk eten ze steeds minder en gaan dood. Meestal zien we geen diarree.
Bestrijding van deze ziekte vooral door management maatregelen: contact mest oude dieren (dit zijn de dragers) en lammeren voorkomen, dus veel hygiënische maatregelen en geen biest van besmette geiten of koeien.

- Het bloed, enterotoxinaemie.
Wordt veroorzaakt door gifstoffen van de darmbacterie Clostridium perfigens type C en D. Deze bakterie komt normaal in de darm voor maar kan in sommige omstandigheden zich explosief ontwikkelen. Plotselinge voerveranderingen zijn berucht als trigger. Maar ook andere vormen van stress.
Lammeren kunnen peracuut (binnen 24 uur) sterven. Ze hebben diarree (soms bloederig) en slingeren, gaan plat, liggen te fietsen en gaan dood. Er is ook een minder acute vorm, die we bij oudere dieren zien, dan is er sprake van sloomheid, verminderde melkgift, diarree, verminderde eetlust. Deze dieren herstellen slecht of nauwelijks. Behandeling met antibiotica hebben maar matig resultaat. Belangrijkste is preventie door het voorkomen van stress momenten. Vaccinatie is mogelijk en dit is ook in een kudde waar deze ziekte chronisch voorkomt een goede methode om het probleem handelbaar te maken.

Diarree kan natuurlijk ook een andere oorzaak hebben dan een infectieuze. Geiten zijn immers geneigd aan alles te knabbelen.

d. C.A.E.= Caprine artritis encephalitis = geit gewrichts en hersenonsteking
Dit is een zgn. slow virus infectie. Dit betekent dat er een lange tijd zit tussen het contact met het virus en de ziekte verschijnselen.
Drie vormen:
- hersenverschijnselen bij lammeren en oudere dieren.
- chronische verbindweefseling van het uier weefsel.
- chronische gewrichtsontsteking, vaak in de voorknieën.
Lammeren worden besmet via de biest. Geen therapie mogelijk. Preventie door het opsporen van de virusdragers door bloedonderzoek. Biestvrij opfokken van de lammeren.

e. C.L. = Caseous lymphadenitis = kaasachtige lymfeklier ontsteking
Wordt veroorzaakt door een bacterie. In Nederland binnengekomen door import uit Frankrijk.
Meestal zijn de lymfeklieren aan de kop aangedaan, in mindere mate die van de borst en de hals. Opengebroken abcessen bevatten veel besmettelijk materiaal en zijn dus gevaarlijk voor de verspreiding. Het is erg besmettelijk. Ook mensen zijn gevoelig voor deze ziekte. Vandaar dat er nog een keer een verplicht bestrijding programma te verwachten is.
Geen therapie toegestaan. Preventie door het verwijderen van de dragers na bloedonderzoek.

f. Ecthyma = zere bekjes
Zeer besmettelijke virusinfectie van schapen en geiten. Huidinfectie vooral aan de bek en de uier. Vooral lammeren die nog geen weerstand hebben gevoelig. Gaat vanzelf over. Eventueel bacteriële infecties bestrijden met spray. Onstekingen aan de spenen kunnen lastig zijn bij het drinken van de lammeren. Is ook besmettelijk voor mensen!

g. Listeriosis
Wordt veroorzaakt door bacterie die veel in de omgeving van de geiten voorkomt. Deze kan in oppervlakte water en in de grond zitten. Slecht gewonnen kuilgras met veel zand en schimmelplekken zijn berucht. De bacterie komt via wondjes in de bek en via de wortels van de kiezen in de zenuwbanen terecht en gaat zo verder naar de hersenen.
Er kan ook verspreiding in de bloedbaan plaatsvinden.
Alle zoogdieren zijn er gevoelig voor maar de geit het meest.
Vooral de vorm waarbij ontsteking van de hersenen (draaihalzen) optreedt komt veel voor. Voornamelijk bij oudere dieren.
De dieren hebben hoge koorts en zijn pijnlijk.
Snelle behandeling met antibiotica en pijnstillers kan levensreddend zijn.
Voorbehoedend moet men zorgen kuilgras van goede kwaliteit zonder verontreinigingen te voeren.

h. Scrapie
Dit is het zusje van BSE dat bij vooral bij schapen en een enkele keer bij geiten voorkomt. Het is een ziekte van het zenuwstelsel, de verschijnselen zijn onrust en jeuk. De ziekte heeft een langzaam verloop. In de laatste jaren is in Nederland geen enkel geval van scrapie bij een geit gevonden.

i. Vergiftiging
Vooral bij uitbreken. Omdat geiten geneigd zijn overal wat van te eten zullen ze zich meestal niet beperken tot een plant, zodat het risico op fatale vergiftigingsverschijnselen niet zo groot is. Rododendron vergiftiging is een van de meest voorkomende. Symptomen zijn kwijlen, overgeven en eventueel diarree. Afhankelijk van de opgenomen hoeveelheid herstelt de geit binnen 4 dagen meestal vanzelf.