Landgeiten langs de A28

Door: Jaap Mekel
 
 
A28 3
Op de landelijke vergadering van 8 april jongst leden werden Dorien en ik regelmatig aangesproken of die geiten net onder Hoogeveen langs de A28 van ons zijn. Men kreeg dit idee doordat de dieren ”in the middle of nowhere” staan en omdat het wildkleur (beige bont aal) dieren zijn. Sinds 30 maart 2006 staan hier op terrein van Rijkswaterstaat inderdaad dieren van ons. Op diezelfde vergadering bleken onze geiten in het Naardermeer die week op televisie Noord Holland te zien te zijn geweest.

Wij hebben met ons bedrijf Gradiënt (www.gradientbv.nl) op 6 verschillende plaatsen in Nederland geiten (en bokken) staan, in totaal zo’n 50 dieren. Nu staan ze langs de A28 ook op een echte zichtlocatie. Een plek die vele leden op zal vallen. (Jammer genoeg kan men er niet even stoppen en de dieren van dichtbij bekijken.) We hebben ons nooit in het verenigingsblad gepresenteerd. De opvallende nieuwe locatie leek ons een goede aanleiding om dit wel te doen.
 A28 1
Wij hebben een natuurbeheerbedrijf. Wij doen aan natuurtechnisch bosbeheer, ecologisch maaien en terrein onderhoud met grote grazers. Ongeveer 13 jaar geleden hebben wij uit liefhebberij een landgeit gekocht. Deze liefhebberij hebben we in kunnen zetten bij ons werk, waardoor onze kudde uitgegroeid is tot zo’n dieren verspreid over het land. We ondersteunen de club al lang door in de keuringscatalogus van Drenthe te adverteren en te helpen bij allerlei activiteiten. Op de algemene ledenvergadering van 19-11-2005 heb ik een presentatie gegeven over ons gebruik van de landgeit.

Om in onze eigen zuivelbehoefte te voorzien hebben wij destijds een landgeit gekocht. We wilden een sober zelfredzaam dier die genoeg melk per dag gaf om te drinken en yoghurt en kaas van te maken, vandaar een Landgeit en geen echte melktypisch ras. Met name Jans en Johanna Kelder en Kees Smit hebben ons in de begin jaren met hun raad en daad, hart voor de vereniging gegeven. Verder spreekt ons de gemoedelijke sfeer binnen de vereniging en het elkaar willen helpen erg aan.

Met onze eerste geit aan een touw en de lammeren er los achteraan hebben we, vanuit Schoonloo waar we toen woonden, 6,5 kilometer naar onze eerste keuring in Orvelte gelopen. We hadden auto noch rijbewijs en ook wij waren zelfredzaam. Daar bleek dat de papieren niet klopten, een geit geboren in 1989 kon nooit Trui heten. Niet dat wij dat toen direct begrepen, maar bij de fokker of de volgende eigenaar was iets mis gegaan. Geen punt, het werd voor ons opgelost. Het stamboek, de geboorte bewijzen werden nageplozen en aan de hand van de schetsen werd nagegaan dat onze geit Kamille heette.

De geit won onze eerste keuring de eerste prijs in haar categorie (ongeregistreerde geiten). De lammeren moesten worden afgekeurd vanwege toggenburgeraftekening. Toen we de geschetste lammetjes op de voorjaarsvergadering hadden laten zien, was er al een twijfelende reactie gekomen. Wij begrepen dat toen niet goed, we hadden toch twee leuke vrouwelijke lammetjes. De schetsen gingen van hand tot hand en de twijfel bij iedereen was duidelijk te zien. Wat was er mis met de diertjes? Wat is dat toggenburgeraftekening en waarom mag dat niet? Het is ons toen goed uitgelegd, met allerlei documentatie erbij en sindsdien hebben we alle lammeren met grote nauwkeurigheid geïnspecteerd op deze kenmerken. Toch hadden de landgeit en de fokkersclub Drenthe ons hart gestolen.

Pure nostalgie als ik terugdenk aan de begin jaren. Maandenlang twee keer per dag met je hoofd tegen de geit bij het melken en de geur van de geit opsnuivend. Machteloos en boos als het dier het melkpannetje weer eens om had getrapt en terwijl je de melk zo graag wilden drinken, lag alles over de grond. Als presentje hebben we de 60 gasten van ons bruiloft allemaal een zelfgemaakt landgeiten kaasje meegegeven. Onze lammeren werden veel vaker afgekeurd dan goedgekeurd. We hadden ons op de wildkleur gefocust. Die dieren stonden toen nog bekend als klein en te smal. Afgekeurd of niet, met veel dieren gingen we toch door, we hadden niet veel dieren en zagen vaak andere goede dingen aan de geiten waar we vanuit het werk profijt van hadden, terreinkennis, goed aflammeren, doorgemaakte ziekten, enz.

Melken doen we niet meer, geen tijd meer en we raakten uitgekeken op de geitenkaas. De machteloosheid richting de geit is nog geregeld aan de orde. Nu voelen we ons onmachtig als we in een terrein de winter ingaan met 9 dieren en er na het werpen van 7 lammeren nog 5 levende dieren hebben staan. Ja u leest het goed 11 dieren dood. Ondanks ontwormen, regelmatig klauwtjes snijden en brokjes voeren. Een sterfte van ongeveer 70%. In de andere terreinen hebben we te samen 4 dode dieren gehad in die periode, gemiddeld valt het te overzien. Voor het betreffende terrein hebben we het nog nooit zo erg gehad, maar de lol gaat er zo wel vanaf. De dieren hebben ergens last van maar wat. Dat is voor ons vaak een hele puzzel.

Het komt u misschien vreemd voor dat ik het heb over veel dode dieren ondanks ontwormen, regelmatig klauwtjes snijden en brokjes voeren. Voor u is het waarschijnlijk normaal deze verzorging aan de dieren te geven, maar onze soayschapen ontwormen we gemiddeld niet eens 1 maal per jaar, de meeste dieren krijgen geen brokjes en klauwtjes snijden is, net als scheren, nooit nodig. Op 250 schapen hebben we in dezelfde periode een sterfte percentage van 1 gehad. Vergelijkbare cijfers gelden ook voor onze 90 pony’s en 500 runderen. Wij worden betaald voor het werk dat we hebben aan onze dieren, we verhuren onze dieren voor natuurlijke begrazing. Daarbij proberen we zo zelfredzaam mogelijke rassen te gebruiken die goed gedrag naar het publiek hebben. Ze moeten afstandelijk zijn maar niet schuw. De Landgeit is dan het beste geitenras dat we kunnen in zetten. We verdienen een boterham aan de landgeiten. Maar er blijven momenten dat wij denken, moeten we nog wel verder met die geiten, het is een en al ellende. Waarschijnlijk denken andere mensen ook wel eens zo over hun dieren.

Onze opdrachtgevers zijn vooral gemeentes maar ook Staatsbosbeheer en particulieren. Het komt nogal eens voor dat we als gewone groenaannemer via een maaibestek binnenkomen. Vanuit dit contact kunnen we de opdrachtgever overtuigen van het goede effect van grote grazers. Natuurlijk kost ook deze vorm van terreinonderhoud geld. De Nederlandse Landgeit hebben we zo op een aantal plekken zeer specifiek kunnen promoten. Om storingskruiden en boompjes te bestrijden is het het best bruikbare ras dat we hebben. Doordat het om publieke terreinen gaat, komen de dieren ook regelmatig in de publiciteit.

De verhalen rond de landgeit hebben we misschien te letterlijk genomen. Ze blijkt een stuk minder zelfredzaam dan de runder-, pony-, en schapenrassen die we hebben. Ze blijkt ook bomen een stuk minder effectief aan te pakken, te doden, dan dat verteld werd. Toch is ze hier van de dieren die wij kennen wel het beste in. Ze weert zich soms goed tegen honden. Ze kan met enkele dieren een klein terreintje onderhouden, dat lukt een halve Schotse hooglander bijvoorbeeld niet. Ze kan ridderzuring, brandnetel, distel en reuzebereklauw met enig ondersteunend maaien goed onderdrukken en sommige boomsoorten goed uit een terrein verdringen. Kortom, een voor terreinbeheer goed bruikbaar dier met een uitgebreide gebruiksaanwijzing

Zoals zovelen zijn wij besmet met het geiten virus. We beschouwen onszelf als een zwaar besmet geval. We willen op veel meer plaatsen in Nederland geiten verhuren en zo het ras voor meer dan alleen ”mooi bij huis te behouden.
 
 
A28 2

Pas geboren lam in natuurgebied
 
 
A28 4

Veilig weggestopt in het struikgewas